Indicaties voor prenataal chromosomenonderzoek

Hieronder volgt een lijst met indicaties voor het uitvoeren van een vruchtwaterpunctie of vlokkentest:

  • Zwangeren van 36 jaar of ouder in de 18de zwangerschapsweek. Omdat de meeste onderzoeken tussen de 11de en 16de week plaatsvinden, wordt in een enkel geval onderzoek aangeboden bij vrouwen die nog 35 jaar zijn en enkele weken later 36 zullen worden.
  • Zwangeren die reeds een kind met een chromosoomafwijking hebben (gehad).
  • Zwangeren die draagster zijn van een X-gebonden erfelijke ziekte (bijv. X-gebonden mentale retardatie), die niet met behulp van prenataal DNA- of biochemisch onderzoek is vast te stellen.
  • Zwangeren die eerder een kind met een aangeboren misvorming hebben (gehad) en bij wie de kans op een chromosomale afwijking verhoogd is.
  • Zwangeren bij wie door middel van echoscopisch onderzoek aanwijzingen zijn gevonden voor een foetale misvorming.
  • (Aanstaande) ouders, van wie één van de partners drager is van een chromosoomafwijking.
  • (Aanstaande) ouders die zelf een neuraal buisdefect hebben of al een kind met een neuraal buisdefect hebben (gehad). Naast de bepaling van het alphafoetoproteine (AFP)-gehalte in het vruchtwater wordt tevens een chromosomenonderzoek verricht.
  • Zwangeren die een insuline-afhankelijke diabetes mellitus hebben.
  • Zwangeren die valproine (Depakine®) of carbamazepine (Tegretol®) gebruiken als anti-epilepticum.
  • Zwangeren, bij wie de maternale serumscreening "positief" is, d.w.z. een verhoogde kans hebben op een kind met een Down-syndroom of een neuraal buisdefect.
home |  diagnostiek |  formulieren |  research |  webmaster |  laatst gewijzigd: 29 September 2007